ds. R. Koopmans,
, Jozefkerk Assen
Nehemia 8:1-3 en 9-18
Matteüs 21:1-11 en 14-17
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Het is de zesde maand, en Jeruzalems muren zijn klaar. De Israëlieten hebben zich allemaal weer in hun steden gevestigd. Ook de Jeruzalemmers, in hun eigen stad, veilig achter de muren, met gesloten poorten.
Het lijkt veilig, maar het is gevaarlijk. Veiligheid is gevaarlijker dan bedreigd zijn. Zeker voor de dienst aan God.
Vorige week wezen we even op christenen die vervolgd worden. Hoe die in alle gevaar volhouden, standhouden. Hoe hun gemeenten groeien tegen de druk in, hoe hun geloof groeit tegen de klippen op.
Wij, in ons tolerante landje, mogen alles geloven, we mogen zeggen wat we willen en zeggen dan ook van alles. We leven veilig, achter gesloten deuren, in riante huizen, gesetteld en wel. Maar de kerken krimpen en het geloof van mensen kwijnt.
De Israëlieten woonden zo veilig achter hun muren. Maar zij waren vergeten.
Een feest, nota bene. Het Loofhuttenfeest. Het feest van wonen onder de open hemel, kwetsbaar, in een hutje op het dak, of op de pleinen. Een hutje van twijgen, van palmtakken. Het feest van het vieren van de bevrijding uit Egypte. Het feest van het gedenken van die eerste tijd in de woestijn, in tenten, eindelijk los van het slavenhuis. Vrij!
Ze hadden het niet meer gevierd sinds de dagen van Jozua. Toen hadden ze zich gevestigd in het land van belofte. Toen bouwden ze hun eigen steden, ze gingen er in wonen, achter hoge muren, en het loofhuttenfeest werd vergeten.
Vergeten dat je bevrijd bent. Want het gaat toch goed zo?
En intussen je verslingeren aan een nieuwe slavernij van de welvaart.
Zo gaat dat, als het goed gaat. Ook in ons land, en de landen om ons heen, al tientallen jaren is het aan de gang.
Het gaat goed. We bouwen onze welvaart op en bouwen die uit. Maar intussen vergeet het volk haar godsdienst. Hoe het zover gekomen is. Hoe God ons bevrijd heeft van de last van de zonde en van angst voor de dood. Hoe God ons heeft gemaakt tot vrije mensen. Hoe God ons ook uit de oorlogsjaren weer bevrijdde.
Opbouw was het parool. Wederopbouw. Onder de Nehemia’s van onze streken. en nu zijn we klaar en hebben we ons gesetteld. En nu?
Jazeker, er wordt nog wel gefeest. Maar wat voor feesten zijn het eigenlijk? Natuurfeesten. Het oude heidendom komt weer om de hoek. Kerstfeest heet tegenwoordig winterfeest, lichtjesfeest. Pasen is bij velen niet meer dan lentefeest. Pinksteren, ach, dat gaat straks vast zomerfeest heten.
Zo vierden de Israëlieten de nieuwemaandsfeesten, elk begin van een nieuwe maand. En zeker de zevende maand werd gevierd. Extra feestelijk feest.
Zo zijn ze bij elkaar, op het plein voor de waterpoort.
Maar dan gebeurt er iets bijzonders.
Er komt een vraag op. We horen niet van wie, maar het gebeurt. Een vraag naar het boek van de wet van Mozes.
Men vraagt Ezra de schrijver, de priester, dat boek te halen. Het boek met de wet die de Heer aan Israël had opgelegd.
Dat kan zomaar gebeuren. Dat er vraag komt. Vraag naar meer. Honger naar God. Verlangen naar wat vergeten was. Naar waar je al die jaren niet aan toe kwam. De jaren van je ballingschap. De jaren van wederopbouw. Als de huizen klaar zijn, de muren gereed zijn. Dan zit je daar temidden van je spullen. In je paleisje. En dan? Is dit alles? Is dit niet een gouden kooi, als er niet meer is? Je hebt een dak boven je hoofd, maar sluit dat dak niet alles af naar boven?
In onze dagen is er vraag. Honger naar meer. Mensen zoeken naar het hogere, stellen de vraag naar God. En ook in onze gemeente krijg ik soms de indruk dat mensen weer willen leren, weer weten. Hoe zat het ook maar weer met God en zijn wil….
En daarop het plein voor de waterpoort, wordt het verzamelde volk tot kerk. Synagoge. Vergadering van gelovigen.
Ezra, de priester, 13 jaren eerder dan Nehemia teruggekeerd naar het beloofde land, haalt het wetboek, de thorarol, toont het aan de aanwezigen, en gaat er uit lezen.
Ze zijn er allemaal. Mannen, vrouwen, iedereen die het kan begrijpen, zeg de kinderen vanaf een jaar of twaalf. Want dan kun je het begrijpen.
En Ezra leest voor, staande op een verhoging. Ezra leest, van ’s morgens vroeg tot een uur of twaalf. Zes uren lang. En de mensen luisteren aandachtig naar het woord.
Dat is eredienst. De mensen zijn gekomen uit hun huizen, en staan daar onder een open hemel. Het woord van God gaat er in als koek. Als er werkelijk honger is naar God, dan duurt een kerkdienst nooit te lang. Wij mopperen al wanneer het even langer is dan een uur, en vinden een preek van 20 minuten al lang.
Zes uren luisteren de mensen aandachtig. Want het is nieuw voor hen.
Is het Woord van God voor ons nog nieuw? Zijn wij in staat het te horen “als nieuw”? Zeker, het is moeilijk om als 12-13 jarige aandachtig te blijven luisteren. We hebben niet voor niets tienerdiensten voor die leeftijdsgroep. Maar je moet het wel kunnen leren. En ook wij allen die ouder zijn dan 12.
Het hoeft niet saai te zijn. Er is meer dan alleen maar preek. De mensen staan, de mensen zitten, de mensen knielen, de mensen reageren, met Amen. Het is echt een eredienst, de mensen zijn betrokken. En de levieten gaan rond en geven uitleg bij wat gelezen wordt.
Dat is goed. Dat op zondag en door de week we de bijbel lezen. De thora, en het evangelie. Opdat we weten. Dat er een preek is, en dat er groepen zijn waar men naar uitleg zoekt. Want er is vraag, heel veel vraag, binnen en buiten de kerkgemeente.
Juist als je gesetteld bent, is het goed dingen los te wrikken, los te maken.
Want wat gebeurt er, als je leest?
Als je leest uit de Bijbel, als je hoort de wet van God, hoe God wil dat het leven is.
Dan is dat schrikken. Niet alleen de Koran lezen is schrikken, maar ook de Bijbel lezen is schrikken voor een modern mens. Als je uit de bijbel de passages wegstreept waar mensen van schrikken, dan hou je ook maar een dun boekje over. Maar je moet niet schrappen. Je moet lezen, álles. Ook waar je van schrikt.
De mensen zijn diep geraakt als ze de wet horen. Ze rouwen, ze huilen.
Waarom?
Omdat hun leven zo vreselijk ver af staat van hoe God dat gewild had.
Ze hadden ook verontwaardigd kunnen zijn: wat een antiek boek, wat een rare voorschriften, dát willen we niet meer hoor, we zijn moderne mensen! Weg met dat boek!
Zo reageren mensen ook wel eens in de kerk, als de Bijbel of de dominee in de preek iets zegt wat hun niet aanstaat. Dát willen we niet meer hoor…!
Laat staan hoe mensen van buiten de kerk soms kunnen reageren. De Bijbel is hun vreemd, en de kerkdienst ook. Je kunt het zomaar verwerpen.
Maar de Israëlieten op dat plein worden geraakt. Ze zijn vol eerbied voor God. Ze rouwen en huilen. Wat maken we er toch weinig van… God moet wel heel toornig zijn op ons… Of wat er maar door hen heen gaat.
En toch is het niet de bedoeling dat je terneergeslagen in de kerk zit, of uit de kerk komt. En dat gaan Ezra en de anderen dan aan de mensen zeggen.
“Deze dag is gewijd aan de Heer uw God, rouw dus niet en huil niet! Maak een feestmaal klaar, met lekker eten en drinken, deel er van uit aan wie niets heeft. Wees niet bedroefd: de vreugde die de Heer u geeft is uw kracht!”
Feesten. Als je Gods wet hoort, wees blij! Vreugde der wet! Psalm 119, die lange psalm, een gebed zonder end, is één groot loflied op Gods wet. Hoe lief heb ik uw wet. Je moet blij zijn met Gods woord! Heden hosanna! Vandaag is het feest.
Zeker, de kerk zit midden in de lijdenstijd. We staan stil bij de weg van het lijden, van Jezus en de mensen. Veertigdagentijd. Vastentijd. Maar als je goed telt, dan telt die tijd van Aswoensdag tot Pasen 46 dagen. Zes teveel. De zes zondagen tellen niet mee. Zondag is geen vastendag, zondag is een feestdag, gewijd aan de Heer.
Een dag van eten en drinken, en samen delen.
Beleven wij de kerkdienst als een feest? Viert u de zondag als een feestdag? Beleef je de voorschriften voor die dag als een last of als een bevrijding? Denk daar thuis maar eens over na, en trek de conclusies voor jezelf.
Na vandaag gaan we de stille week in. Een week waarin we gedenken de laatste weg van Jezus, via gevangenneming naar veroordeling, zijn weg naar het Kruis. Maar vandaag, Palmzondag, is het feest, we zingen vrolijke liederen. We zitten als het ware onder een open hemel in onze loofhut. Want het Woord van God doet intocht in ons leven. Morgen is het Kruisigt Hem, maar heden, vandaag, is het Hosanna!
Als Jezus intocht houdt in Jeruzalem, dan is dat de vervulling van de profetie. Matteüs wordt niet moe dat te zeggen: zo ging in vervulling wat geschreven staat…
De olijfberg, het ezeltje, het veulen, ze worden alle genoemd in de profeten, Jesaja, Zacharia. De opgang van de koning, van de Zoon van David, in Jeruzalem.
Zijn intocht in de stad van ons leven.
Jezus is de vervulling van heel het Oude Testament. Jezus is het vleesgeworden Woord. Het woord van God, heel Gods wet, doet in de persoon van Jezus intocht in de stad. Zoals in het boek Nehemia Gods woord weer intocht deed in de mensenharten toen Ezra uit de thorarol las, zo deed Gods woord in de persoon van Jezus intocht. En zo doet Gods woord nog steeds intocht in onze harten.
Hoe doet Hij dat?
Zeker, radicaal. Als Jezus na de intocht op het tempelplein komt, dan gaat Hij razend tekeer en smijt hij de wisselaars met tafels en geld en al de tempel uit. Ons leven gaat flink op de schop als Gods Woord in Jezus ons leven in komt. Dat vinden wij niet zo gepast maar zo gaat het nu eenmaal. Daar mogen wij om rouwen en huilen, dat het zo’n puinhoop is in ons leven dat de Heer soms zo te keer moet gaan.
De schriftgeleerden en overpriesters reageren dan ook verontwaardigd. Die Jezus draait alle zaken om. De tafels van de wisselaars, hún bron van inkomsten. De komst van blinden en lammen en kinderen in de tempel. Die mochten er toch niet in. En ze noemen Hem nota bene Zoon van David, gezegend die komt in de naam van de Heer. Het moet toch niet gekker worden.
Ze herkennen Hem niet. Erkennen Hem niet als het Woord van God dat intocht houdt. Zij zijn gesetteld in hun tempel, ze hebben hun poort gesloten. Een dak boven hun hoofd, een gesloten hemel. En ook een gesloten hart voor de minsten der mensen.
Maar heden hosanna! Hij komt binnen op een ezel, en wie Zacharia kent, we lazen het in het begin van de dienst, die weet dat Hij dus komt in nederigheid, zachtmoedig, als vredevorst.
En wie herkennen dat wel?
Natuurlijk, zijn leerlingen, ze leggen de loper uit, hun mantels op de weg.
En vele anderen, Matteüs spreekt van een menigte. Het is een hele volksoploop. Is er honger naar bevrijding, honger naar het levende Woord van God dat intocht doet?
Maar vooral de kinderen. Zij lopen daar te dansen en te springen met hun palmtakken. Hosanna, de Zoon van David!
Zij dansen en springen en zingen nog, als Jezus het tempelplein heeft schoongeveegd. Als de mensen van schrik al hun mond houden: o wee, wat hebben we binnengehaald. Dit willen wij als moderne mensen niet hoor. Zieken in de tempel, lammen en blinden, alles over de kop in ons leven.
Dan zingen de kinderen nog door. Hosanna de zoon van David. Want zij hebben het begrepen.
Gemeente, heb nooit een lage dunk over het geloof van kinderen. Kinderen zijn onbevangen. Kinderen zijn nog in de opbouw. Ze zijn nog niet gesetteld. Ze staan nog open voor het wonder, voor het blije, voor het onverwachte en voor wat misschien niet gelegen komt. Uit de mond van kinderen heeft God zijn lof bereid, zingt Psalm 8, en houdt Jezus de schriftgeleerden voor als zij protesteren.
Wie is die man? vraagt Jeruzalem zich af als Jezus binnenkomt. De kinderen weten het. Ze kennen de diepte nog niet, en zijn natuurlijk niet aanwezig straks bij de kruisiging. Dat hoeft ook niet. Het lijden leren de kinderen vroeg genoeg kennen. Laat ze maar feesten.
Laten we maar feest vieren. Zoals de Israëlieten op het plein bij de Waterpoort. Huil maar niet, laten we feesten, eten en drinken, en deel er van uit. Aan lammen en blinden, kinderen en jongeren en ouderen, mensen dichtbij en mensen ver weg, want zo hoort dat bij een feest. Er is veel honger naar een levend en blij woord. Leef onder een open hemel. En zing hosanna.
Dan doet het woord van God intocht in je hart, in je leven. En als het alles op z’n kop zet, schrik daar dan niet van. Dat moet dan blijkbaar overhoop, omdat het je gevangen hield. Weet het: je bent een bevrijd mens. En laat de vredevorst binnen in je hart.
De dag van morgen kruisigt Hem is realiteit, maar denk erom: vandaag is het hosanna!
Amen.