Preek 9 maart 2008

Vijfde zondag in de Veertigdagentijd

ds. R. Koopmans, , Jozefkerk Assen
Nehemia 6:1-13
Matteüs 20:17-28


Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Jezus is onderweg naar Jeruzalem, met zijn leerlingen. Niet zomaar onderweg, het is de opgang van de Messias naar Jeruzalem, waar zoals het lied zingt Hij zijn vrede zal stellen voor onze ogen.

De weg die Jezus gaat is niet vanzelfsprekend. Het is een zware gang, het is een opdracht, en daarom neemt Jezus zijn twaalf leerlingen apart. Hij onderwijst hen in de weg, zoals ook vandaag nog elke zondag opnieuw wij als leerlingen van Christus apart genomen worden, om onderwezen te worden in de weg.

Als ze aan u vragen, of als jij jezelf misschien afvraagt: waarom ga ik eigenlijk naar de kerk? Dan is één van de antwoorden dit: om te leren wat het is, christen zijn. Om onderwezen te worden in de weg.

Jezus vertelt wat er in Jeruzalem gebeuren gaat met Hem. Met de Mensenzoon.

Uitgeleverd wordt Hij.

Allereerst aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, de godsdienstige leiders van het jodendom in die dagen. Die zullen Hem ter dood veroordelen, en Hem vervolgens uitleveren aan de heidenen, aan de Romeinse overheid.

En de Romeinen zullen Hem kortweg bespotten, geselen en kruisigen.

Al met al geen blij vooruitzicht dat Jezus streelt.

En toch gaat Hij die weg. Want wat lijkt op de afgang van een ongewenst persoon, de afrekening met een misdadiger, de vloek over een martelaar, is de opgang van de Messias.

Zijn neergang is opgang.

Zoiets vraagt van ons een omslag in ons denken. Wij denken vaak in termen van grootheid, heersen, succes, macht.

Als anderen ons aanvallen op ons kerk zijn en christen zijn. Dat het toch allemaal niks voorstelt. Dan worden we onzeker, we deinzen terug, proberen ons te rechtvaardigen of houden onze mond maar. We haken misschien zelfs wel af, want niemand hoort graag bij de partij van de losers, van de verliezers.

Is dat terecht, dat we terugschrikken? Is Jezus’ opgang naar Jeruzalem een afgang? Zijn wij losers, is de kerk een club van zielenpieten? Hoe zit het eigenlijk?

Luisteren we naar de bijbelgedeelte van vanmorgen.

Als onder Nehemia’s  leiding Jeruzalems muur eindelijk is opgebouwd. De deuren zitten nog niet in de poorten, maar de gaten zijn gedicht. Dan is daar meteen de tegenstand. Sanballat, Tobia en Gesem.

En ook Jezus treft tegenstand op zijn weg. Van de oudsten, de overpriesters en de schriftgeleerden.

Dat hoort er blijkbaar bij. Tegenstand, je kunt er op wachten.

Als jij vorderingen maakt in je werk voor God, dan ligt de vijand op de loer. Die ziet die vorderingen het eerst. En met alle middelen wil hij proberen je ten val te brengen.

Het eerste middel is bedrieglijk overleg.

Sanballat en de zijnen stellen Nehemia een overleg voor, in het Onodal, op neutraal terrein. Het klinkt alleszins redelijk. Maar Nehemia heeft hun door: ze hebben weinig goeds met me voor. Tot viermaal toe weigert Nehemia het overleg. Ik heb belangrijk werk te doen, ik kan onmogelijk komen! Zo ontloopt hij de hinderlaag… Hij weet: zolang Jeruzalems poorten er nog niet in zitten is de stad kwetsbaar. Dus ik blijf op mijn post.

Zo heeft ook Jezus zijn tegenstanders telkens door, als ze komen om Hem te verzoeken. Met list en bedrog. De satan in de 40 dagen woestijn, tot driemaal toe weerstaat Jezus zijn verleiding. En vele malen daarna doorziet Jezus de plannen van zijn tegenstanders.

Ook wij in onze tijd worden vaak uitgenodigd tot overleg. Een christen leeft immers niet op een eiland, we moeten vaak compromissen sluiten. Daar is niks mis mee.

En toch: er kunnen addertjes onder het gras zitten. De bijbel leert ons argeloos als duiven te zijn maar toch voorzichtig als de slang. De apostel leert ons de geesten te onderscheiden. Wij moeten onze ogen wijd open houden, bij te tijd zijn. Zodat we, als een tegenstander ons wil verleiden, afleiden van de weg van Jezus, dat ook herkennen, dat ook doorhebben. En net als Nehemia zeggen: sorry, ik ga er niet op in. We hebben andere dingen te doen. We blijven op onze post.

Een tweede middel is pijnlijker: kwaadsprekerij.

Sanballat en de zijnen proberen het opnieuw. Nu met een brief.

“Onder de bevolking gaat het verhaal dat u met de joden een opstand voorbereidt, en dat u daarom de muur opbouwt. U zou hun koning willen worden en u laat zelfs profeten optreden die in Jeruzalem verkondigen dat Juda een koning heeft…!”

Het is je reinste verdachtmakerij. Geruchten. Ze zeggen…Onder de bevolking gaat het verhaal… Zo maken ze Nehemia verdacht.

Toen ik het las dacht ik: het lijkt net de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Als het op de inhoud niet lukt om te winnen, dan maar iets opduiken uit iemands persoonlijk verleden. Een gerucht, dat de ander ten val brengt.

Een niet verzegelde brief. Dan kan het uitlekken en dat is juist de bedoeling. Iedereen moet het lezen. Gaat die Nehemia eventjes lekker af…!

Nehemia heeft het door: wat u beweert is onjuist, u bedenkt het allemaal zelf!

Maar intussen is het kwaad wel geschied.

Zo wordt ook Jezus aangevallen. Verdacht gemaakt, bij de Romeinse overheid. Als het de schriftgeleerden op de inhoud niet lukt gaten in Jezus’muren te schieten, dan proberen ze het met geruchten. Die Jezus is een opstandeling. Hij is staatsgevaarlijk. Hij wil koning zijn. En de profeten zet Hij naar zijn hand…

Jezus heeft hen door, maar het kwaad is geschied. In Jeruzalem wacht Hem verdachtmaking, uitlevering, de dood. Toch gaat Hij de stad binnen, Hij deinst niet terug.

Als vandaag de dag over de kerk en het christelijk geloof allerlei onzin verteld wordt. Als je wordt uitgelachen omdat je naar de kerk gaat. Als er wordt kwaadgesproken van de weg van Christus. Bewust, om ons af te laten gaan. Want niet alleen Allah wordt beledigd, of Mohammed. Ook Christus en de kerk, al jaren, al eeuwen. Schrik daar dan niet van. Die tegenstand hoort erbij.

In de ogen van de wereld gaan we af, maar als we standhouden ziet God het anders. In onze zwakheid zijn we krachtig. In onze schande zit onze eer.

Het derde middel van de tegenstand is zo mogelijk nog erger: angst.

Want de tegenstander weet: angst voor de dood kan een mens van de weg van God doen afdwalen.

Ze proberen het bij Nehemia. Ze huren Semaja in, een valse profeet. Met een prachtig gestileerd verhaal maakt hij indruk:

“We moeten naar het huis van God gaan, elkaar ontmoeten in het hart van de tempel, we moeten de tempeldeuren sluiten, ze komen om u te doden, ze komen om u te doden in de nacht”. Het klinkt bijna bezwerend. Wie zou niet bang zijn?...

Maar het komt niet van God maar van de Tegenstander. Het is een list om Nehemia een fatale vergissing te doen begaan, toevlucht zoeken in het Heilige om zijn hachje te redden, maar meteen hebben ze dan een aanklacht: heiligschennis.

Zo is ook Jezus verleid geweest om zijn hachje te redden. Om niet te gaan, uit angst voor de dood. En in Gethsemané heeft Hij die strijd gestreden. Maar Hij overwon de angst en ging de weg.

Als Christen zijn Jezus volgen is, dan komt het er op aan niet bang te zijn. Om vol te houden, ook al kost het je je leven. Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen maar wie zijn leven verliest om zijnentwil, zal het winnen. In veel landen moeten christenen meer dan eens vrezen voor hun leven. Er heerst vervolging. Maar de kerk groeit er, als kool vaak. Want het geloof van de mensen is sterker dan hun angst.

Angst is een slechte raadgever. Ook vandaag de dag moeten we ons niet bang laten maken door onheilsprofeten. Blijf gaan op de weg van Jezus.

Maar de tegenstand zit ook in ons zelf.

Want gaan op de weg van Jezus zit ook ons zelf niet in het bloed.

Ieder mens, ook een gelovige, wil toch winnen. Horen bij een winnend team. Het is een verleiding om Pasen te vieren, en de lijdenstijd maar over te slaan. Om de hoofdprijs te pakken zonder de race te hebben gelopen.

De moeder van de zonen van Zebedeus, Jacobus en Johannes vraagt: mogen mijn zonen links en rechts van Jezus zitten in zijn koninkrijk?

Jezus sprak immers van zijn opstanding op de derde dag. En meteen lijken de woorden over uitlevering en kruisiging vergeten. O ja, opstanding, o ja, koninkrijk.

Ook wij zijn misschien wel eens te veel alleen maar bezig met de hemel. Of ik wel in de hemel kom. En hoe dan, en wie er dan wel komen zal en wie niet. Daar kunnen hele ergernissen en ruzies en kerkscheuringen van komen, tot vermaak van de media en tot spot van de wereld.

Dat is zo jammer. Laat de hemel aan God over, aan de Vader.

Natuurlijk is Pasen een troost. Wacht ons aan het einde de overwinning: opstanding uit de dood, eeuwig leven op de nieuwe aarde. Maar dat kómt. Laat het aan God over. Vergeet nu alsjeblieft niet de weg te gaan…!.

Nehemia weigert te vluchten in de tempel, en blijft op zijn post. Hij heeft belangrijkers te doen. De poorten moeten immers nog dicht. Zo weerstaat hij het bedrog, de geruchten, de bangmakerij.

Jezus, op weg naar Jeruzalem, neemt de leerlingen apart, nog eens. Kun je de beker drinken die ik drink. Ja, dat kunnen we, zeggen ze. Oké, die zul je drinken. De bittere beker tot aan het eind.

Wat is die beker. Wat is dat levenslot. Beter gezegd: wat is die levensweg, van Jezus, én van zijn volgelingen? Wat is de reden waarom Jezus volhoudt? Wat is zijn opdracht eigenlijk, waarom moet Hij van Godswege, die weg eigenlijk gaan, van uitgeleverd worden en bespot worden en gegeseld en gekruisigd. Waarom kan het alleen zó komen tot een opstanding op de derde dag?

Dan komen we op het wezen van het Christen zijn. De betekenis van kerk en christendom, ook in deze tijd.

Dat wezen zit ‘m niet in de hemel. In een leven na de dood. Daar geloven we heel zeker in. Maar daar geloven wel meer mensen in. Religie is er in overvloed, zeker vandaag de dag weer. Dat er meer is tussen hemel en aarde, willen we allemaal wel weer weten. En dat geloof, hoewel het wordt bespot door een sceptische neerbuigende spraakmakende elite, gunt men ons ook nog wel.

Als het geloof in een hemel en een hiernamaals alles is wat Nehemia voorstond en wat Jezus wilde, dan hadden zij de zegen van hun tegenstanders ontvangen. Als dat alles was wat de kerk predikte, dan vond men ons misschien een wat naïeve club, maar ach wel aardig voor de folklore. Als je dan nu wilt geloven, ga je je gang maar…. Het maakt toch niet uit…

Maar wat het verschil maakt, dat het bij Jezus ook om dit leven gaat. Dat het om de weg gaat. Dat Hij de vanzelfsprekendheden van deze wereld omkeert. Dat bij Hem heersen dienen is!!!

Jezus zegt: in de wereld onderdrukken heersers hun volk en misbruiken leiders hun macht, maar: zo zal het bij jullie niet mogen gaan!

Bij volgelingen van Jezus zal de belangrijkste zijn wie de anderen dient. De eerste zal dienaar zijn. Zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.

Dát is het. Daarvoor geeft Jezus zich. Voor velen. En in het Hebreeuws betekent dat: allen.

Dat is de crux, het kruispunt, het brandpunt, kern.

Nehemia wil helemaal geen koning zijn, hij wil dienen.

En Jezus is Koning van een rijk dat niet van deze wereld is. Dat deze wereld omkeert. Helemaal, radicaal. De beste plaatsen in zijn Rijk worden door God de Vader verzegd. Maar in dít leven heb je de ander te dienen.

Dát is christendom. Dat is het wezen van het christelijk geloof. Dat is de prediking van de kerk.

Is het dan een wonder dat in onze tijd de maatschappij zo hard wordt? Al tientallen jaren vindt de boodschap van het christelijk geloof weinig gehoor. De mensen leren niet meer te dienen, en dat ga je merken, langzamerhand. De samenleving wordt beheerst door geruchten, roddels, bangmakerij, en grote ego’s. Want van nature is de mens een heerser, die vooral opkomt voor zichzelf.

Daarom, juist in deze tijd maakt een christen het verschil.

Maar dat kan alleen als we ernst maken met het volgen van Jezus op de weg van het dienen. Ten behoeve van de naaste.

Dat is geen eenvoudige weg. Naast de verleidingen: bedrog, kwaadsprekerij, angst voor de dood, is er altijd ook ons eigen verlangen naar overwinning. Ook in onze ogen lijkt de weg van een christen een afgang.

Alleen bekering, ommekeer, geeft je een andere kijk, en maakt je bereid tot die andere levenshouding.

Uiteindelijk zal blijken: de afgang is een opgang. Op Goede Vrijdag koopt Jezus ons vrij, en juist dát is de weg naar Pasen!

Als we de weg van het dienen gaan, zijn we daarvan de beste getuigen.

Amen.