ds. R. Koopmans,
, Jozefkerk Assen
Nehemia 1 - 2:10
Lucas 19:41-44
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
1. Huilen om de stad.
Nehemia vindt de berichten over Jeruzalem om te huilen. Hij rouwt, hij vast, hij roept de God van de hemel aan.
Om te huilen vinden ook de toestand in de wereld, en van Jeruzalem in het bijzonder. Maar het rouwen zijn we wat kwijt, en vasten, dat hebben protestanten afgeschaft, katholieken afgeleerd. Alleen moslims doen het nog….
Waarom huilen om Jeruzalem?
Het is de stad van God, de stad van mensen. De stad van de hoop en de stad van de vrede. Ze ligt er in Nehemia’s dagen nog steeds troosteloos bij.
Bijna een eeuw eerder keren de eerste ballingen er terug. Maar alle pogingen om de stad weer op te bouwen lopen op niets uit.
Steeds is er weer die tegenstand, van het achtergebleven volk, de Samaritanen, de volken rondom. Ze willen de wederopbouw voorkomen. Ze zien het vredesoord als bedreiging. Ook de poging onder Ezra, dertien jaar geleden, is mislukt. Wel een hervorming, een soort van opwekking. Maar voor de rest: de muren zijn weer afgebroken, de poorten zijn verbrand. Nehemia’s broer doet er verslag van. De stad is een spot voor zijn omgeving. Het is om te huilen…
Kijk, als ik Nehemia was, dan had ik kunnen denken: Perzië is mijn land, ik ben hier geboren en getogen, ik heb hier een goede positie, schenker van de koning. Wat zou mij die verre stad van mijn voorouders. Ik heb er niks mee. Nu mijn broer hier komt met dat verhaal, tsjonge zeg wat ben ik blij dat ik destijds niet ben teruggegaan, wat een geluk dat ik hier zit. Ik heb een goede keus gemaakt…
Maar het is anders.
Want afkomst verloochent zich niet. Jeruzalem, zou ik jou vergeten?
Nehemia heeft als het ware een dubbel paspoort. Hij is pers, maar hij is ook israëliet. Zijn vaderland is hier maar het is ook daar. Dat blijft. Dat geldt voor veel emigranten en immigranten.
Velen van u hebben familie die ooit geëmigreerd is naar Canada of Amerika. Hun hart is nog steeds in Nederland. Al vinden ze ons land soms om te huilen…
Anderen wonen hier al tientallen jaren, zijn hier misschien zelfs geboren, maar blijven ook zo verbonden met hun verre thuis, met Indonesië, met Turkije of Marokko.
Dat hoort blijkbaar bij de mens. Een dubbel paspoort. Een verdeeld hart. Je leeft hier maar je hoort ook daar, je weet dat het dubbel is maar je kunt er niks aan doen.
En het hoort zeker bij Israël. Om te gaan op de roepstem.
Abram, verliet zijn vaderland, en ging op weg naar een land dat hem werd beloofd, Kanaän? En tweede vaderland. Hij bleef zijn leven lang onderweg.
En Mozes, opgegroeid aan het hof van Egypte, ging ook op weg, geroepen, bewogen om het lijden van zijn volk, naar dat land van belofte. Egyptenaar, en Israëliet, en altijd in beweging.
Het begin van in beweging komen is bewogenheid van binnen. Dat is wat we zien bij Nehemia. Het bericht over Jeruzalem raakt hem tot in het diepst van zijn ziel.
Hebben wij dat ook, zo’n “dubbel paspoort”? Die bewogenheid?
Regelmatig worden wij geconfronteerd met het leed van de wereld, rechtstreeks in ons eigen leven of dat van onze medemens. Het schokt ons, maar of wij in beweging komen, dat vraagt innerlijke bewogenheid.
Dat is meer dan de toch wat oppervlakkige ontroering bij het kijken naar tv programma’s als spoorloos of vermist. Bij dat concrete menselijke leed zijn we even van ons stuk en huilen we mee. Maar na afloop zappen we weg naar iets anders en de beroering is weer voorbij.
Innerlijke bewogenheid gaat dieper. Tot in je existentie. Je voelt betrokkenheid.
Je voelt dat het jou aangaat. Alleen als je dat voelt, kom je in beweging.
Een “dubbel paspoort’ hebben wij als wij diep in onze ziel ervaren: dit hoort zo niet, dit mag zo niet, dit moet anders. Een wereld die zo is, daar horen wij niet, ten diepste. Als wij diep in onze ziel voelen dat wij ook burgers zijn van een ander rijk.
Zoals elke jood in zijn ziel weet dat hij thuishoort in Jeruzalem, in Juda. “Zou ik jou vergeten o Jeruzalem, zo vergete mij mijn rechterhand”. En het hem pijn doet dat die vredesstad daar onbeschermd ligt, kwetsbaar. Toen, en nu.
Zo weet iedere christen dat hij thuishoort in dat rijk van de hemel, het hemelse Jeruzalem, waar vrede woont en gerechtigheid. Dan doet het pijn als de wereld van vandaag nog zo ver weg lijkt van dat mooie visioen.
Daarom ook weent Jezus over Jeruzalem. En zijn huilen gaat nog dieper.
Want Jezus kijkt over een stad die prachtig is. Haar muren en poorten, haar tempel, indrukwekkend. Geen spoor van verwoesting of kwetsbaarheid. Maar Jezus kijkt heen door de prachtige buitenkant, en weent over haar binnenkant, over het lot van haar inwoners. “Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen!”
Toen Jezus even tevoren de stad binnentrekt, roepen zijn leerlingen: “Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!”
Zij zingen, en prijzen God. Zij wel. Maar de stad zingt niet. Jezus weet het.
De stad heeft mooie muren, maar innerlijk is ze bedorven. Ver afgeraakt van haar oorsprong. Ze heeft uiterlijk een hoge positie, zoals Nehemia in Perzië, maar net als hij is ze ver van haar roeping verwijderd.
De stad van de vrede kent geen vrede. De mensen in hun onvrede zoeken het overal, maar ze weten niet waar ze het zoeken moesten.
Ze herkennen Jezus niet als hun vredevorst, en dat zal de stad opbreken. Haar grootheid en hoogheid zal haar niet redden van haar vijanden. Verwoesting ligt op de loer, en Jezus weet het.
Eeuwen eerder huilt en rouwt en vast Nehemia om Jeruzalem.
Én hij roept de God van de hemel aan.
2. Bidden voor de stad.
We lazen zijn gebed. Daarin komen we iets tegen dat ons raakt.
Het woordje wij. Het gebed van Nehemia is een schuldbelijdenis. “Wij hebben gezondigd”, bidt hij tot God. Wij. Terwijl hij geboren en getogen is in het verre Perzië, toont Nehemia zich solidair in de schuld. Hij weet, hij weet van binnenuit: de ellende van mijn moederstad is niet zomaar. Het is te wijten aan de zonden van de vaderen, die bezocht wordt tot in het derde en vierde geslacht.
Nehemia verwijt zijn voorouders niets, hij betrekt zichzelf er in. Hun zonde is zijn zonde. “Ik belijd de zonden die wij Israëlieten, tegenover u hebben begaan, ook ik en mijn familie”. En Nehemia weet wat Mozes was voorgehouden: “als jullie ontrouw zijn, zal ik je onder alle volken verstrooien”.
Maar ook: “als jullie naar mij terugkeren, zal ik jullie, ook al zouden jullie verbannen zijn naar het eind van de hemel, terughalen en bijeenbrengen op de plaats die ik heb uitgekozen om er mijn naam te laten wonen”.
Nehemia vertrouwt op die belofte, en past het heel concreet toe op zichzelf. Als jullie terugkeren wordt: als ik terugkeer! Ik moet er naar toe! Dát is betrokkenheid.
Als wij bidden voor Jeruzalem, dan bidden wij voor de stad, de wereld waarin wij wonen. Want in Christus is Jeruzalem overal. Omdat de wereld niet is wat zij zou moeten zijn. Bidden voor al die plekken op aarde waar mensen lijden. Om hun kwetsbaarheid. Om hun verwoeste leven. Dan vraagt dat betrokkenheid.
Zeker, daar is veel eigen schuld bij. Ook in Soedan, waar we voor collecteren in de Veertigdagenbus, hebben mensen zelf hun land verwoest in die jarenlange burgeroorlog. En toch: het gaat niet buiten ons om. Wij zijn solidair in de schuld. Ook wij hebben gezondigd, al leven we niet in Soedan. We zijn samen, één volk, kinderen van één Vader. Ook als we leven in weelde, zijn we ver van huis. Jezus huilen zegt ons: al zijn je muren nog zo hoog, al zijn je steden nog zo mooi, die buitenkant verbergt een binnenkant die niet altijd zo mooi is.
Bid voor je stad, voor de wereld, voor de lijdende mens. Weet waar je de vrede kunt vinden. Ons gebed is niet aan dovemansoren gezegd.
Want God houdt zijn belofte.
Jezus Zelf heeft immers zijn hoge positie aan Gods rechterhand opgegeven, om af te dalen naar deze bedorven wereld. Hij wist: ik moet er naar toe. Hij is Jeruzalem ingegaan om de Vrede te brengen, als Vorst van zijn rijk. Hij is solidair geweest in de schuld, hoewel geboren als zoon van God, zondeloos. Hij maakt zich één met onze zonde, om de straf te dragen en ons de vergeving aan te zeggen. En zo zal hij ons thuis brengen, op onze bestemming, waar we ons ook bevinden.
Als er één met innerlijke ontferming bewogen is, dan is dat God. Als er één in beweging komt dan is dat God in Jezus Christus. Nehemia’s gebed en ook het onze is niet aan dovemansoren gezegd.
3. Werken aan de stad.
Dus ook voor ons, bij het bidden, hoort: in beweging komen. Bid en werk!
Dat moet je verantwoord doen. Niet wild om je heen slaan. De tijd afwachten tot God je roept, je een gelegenheid geeft, een opdracht geeft.
Nehemia wacht zijn tijd af. Wanneer er weer een feestmaal is, komt de gelegenheid om de koning te spreken. En dan wordt het spannend.
De koning staat bekend als grillig. Als hij Nehemia’s sombere gezicht opmerkt is ineens ook Nehemia kwetsbaar, zo kwetsbaar als Jeruzalem. De koning kijkt recht in zijn sombere ziel. Even een schietgebedje en dan waagt hij het: majesteit, hoe zou ik niet somber zijn…. Zend mij naar Juda om de stad te herbouwen.
Het gaat ineens van een leien dakje. De koning stemt toe. Nehemia mag afreizen, krijgt een brief mee om doorgang te verkrijgen, een paspoort zouden we nu zeggen. En de eerste bouwmaterialen worden geregeld. Intocht in Jeruzalem. De eerste tegenstand wordt gemeld.
Ook Jezus betreedt de stad pas als zijn tijd gekomen is. Maar als Hij intocht houdt, ontrolt alles zich in een hoog tempo. Hij komt in beweging, veegt het tempelplein leeg, en de tegenstand openbaart zich. Zijn weg loopt regelrecht naar het kruis, waar hij Jeruzalems tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt. Hij opent voor ons de stad van de vrede, een hemels Jeruzalem.
Komen ook wij in beweging, om tekenen van dat hemels vrederijk te bouwen in deze wereld. In navolging van Christus.
Vanmorgen wordt ons gelegenheid geboden. Aan het begin van de veertig dagen.
Wederopbouw in Soedan. Een collecte voor een leefbaar bestaan.
Of dichterbij, een collecte voor het Ronald McDonaldhuis in Groningen.
Maar ook in de rest van de week, gewoon in het leven in onze eigen stad. Wees getuige van een vrede die alle verstand te boven gaat.
Het kan niet anders, of het raakt ook aan ons zelf. Bewogen zijn met het lijden van anderen, betekent kwetsbaarheid. Medelijden betekent vaak ook echt mee-lijden. Solidair. Dat hoort er bij, daarin volgen wij Jezus na. Maar het levert wel wat op.
Huilen om, bidden voor, en werken aan. Gelegenheid genoeg in deze veertig dagen.
Amen.