ds. R. Koopmans,
, Jozefkerk Assen (preek uitgesproken in de Adventskerk te Assen)
Jesaja 7:10-17
Matteüs 1:18-25
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Assen Adventskerk 23 december 2007 Vierde Zondag van Advent
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Soms kan een mens terechtkomen in een dilemma. Omstandigheden dwingen je ertoe te handelen, maar wat is wijsheid? Overal zit wel een voordeel en een nadeel aan. Wat moet je doen, je komt er niet uit, het is verlammend.
Koning Achaz zit in zo’n situatie. Hij ijsbeert zorgelijk heen en weer. Zijn stad Jeruzalem wordt bedreigd, van alle kant. De koningen van Aram en van Efraïm, het tienstammenrijk Israël, hebben hem gevraagd om mee te gaan in een opstand tegen de aanstormende grootmacht Assyrië. Maar hij heeft geweigerd. En nu spannen ze samen tegen hem! Ze hebben de stad belegerd, het volk beeft als bomen in de storm. Achaz beseft: wat zijn we kwetsbaar. Wat moet ik doen?
Ook Jozef zit in zo’n dilemma.
Hij is verloofd met Maria. Maar nu is zij zwanger. Niet van hem, dat weet hij zeker. Matteüs vertelt ons als lezers al: van de Heilige Geest. Maar dat weet Jozef nog niet. Het is van een ander, dat wel. Maar wat nu?
Alsnog met zijn verloofde trouwen zou op overspel zijn van zijn kant lijken. Want behoort ze nu niet een ander toe?
Haar aangeven wil hij ook niet. Op overspel van een verloofde staat de doodstraf door steniging. Ze zou te schande staan én misschien ter dood gebracht worden. En hij houdt van Maria.
Het evangelie noemt Jozef een rechtschapen mens. Dat wil zeggen dat hij zich probeert te houden aan de wet, ook aan Gods wet, en tegelijk menselijk is. Hij heeft God lief boven alles en zijn naaste als zichzelf. Maar soms lijken die twee met elkaar in strijd. Een dilemma. Wat is wijsheid?
Hij besluit haar in stilte een scheidbrief mee te geven.
En zo zijn er veel voorbeelden te noemen van dilemma’s, ook in ons eigen leven.
Wij mensen komen dit leven niet door zonder vuile handen te maken. We kunnen niet met een boekje in een hoekje blijven zitten. Ons wordt gevraagd te handelen. Van alle kanten dringen de keuzemogelijkheden zich aan ons op. En jij moet de knoop doorhakken, en jij moet de consequenties aanvaarden van je gemaakte keuze. Dat geldt persoonlijk, dat geldt temeer bij relaties. Of als je de verantwoordelijkheid draagt voor een heel gezin. Het geldt in de kerk, waar je nooit iedereen het naar de zin kunt maken en ook elk voordeel zijn nadeel heeft.
In feite zitten we ook in het groot met dezelfde problematiek. De wereldpolitiek, het klimaat, de verhoudingen tussen arm en rijk, ons economische systeem.
Het is een en al dilemma, en de mens zit verstrikt in zijn eigen wetmatigheden. Hoe vrij onze keuzes ook lijken te zijn.
Wij tasten in het duister.
Maar God komt ons tegemoet.
De profeet Jesaja heeft de opdracht koning Achaz tegemoet te treden, daar in zijn innerlijke worsteling. En hem duidelijk te maken: waar jij bang voor bent, dat zal niet gebeuren!
“Vraag om een teken van de Heer uw God, hetzij uit de diepte van het dodenrijk, hetzij uit de hoge hemel!” en dan zijn wij aangeland bij het gedeelte dat wij lazen.
Vraag om een teken. Wat ook maar!
God komt de koning wel een heel eind tegemoet. Hij begrijpt dat Achaz het zo maar niet vertrouwt. De profeet kan wel wat zeggen… Maar mijn verantwoordelijkheid als koning. Dat hele volk van Juda, die stad Jeruzalem, aan mij toevertrouwd. Moet ik niet beslissen. Ik kan toch niet niks doen.
Vooruit, vraag toch een teken. Van Godswege. Een signaal dat het goed komt.
Het is een uitgestoken hand.
Maar Achaz slaat de hand af. “Nee, ik zal geen teken vragen, ik zal de Heer niet op de proef stellen.”
Wat is dat, bij deze man. Dat hij geen teken vraagt.
“Gij zult de Heer uw God niet verzoeken”. Deuteronomium 6 vers 16. Deze tekst haalt de koning aan. Veel uitleggers zeggen: hiermee maskeert Achaz zijn gebrek aan vertrouwen, met deze vrome tekst. Dat gebeurt natuurlijk vaak. Dat mensen bewust de boot afhouden en daar ook nogal eens wat Bijbelteksten bij weten te vinden. Dan klinkt het vroom maar het is het tegendeel. Je moet altijd oppassen voor mensen die met Bijbelcitaten smijten.
Maar ik voel wel mee met de koning. Het is me wat. Als iemand je voorstelt: bid God maar om een teken. Een teken vragen van God, omdat het woord alleen je niet genoeg is. Dat komt op mij ook nogal brutaal over. Nee, laat maar, ik hoef geen teken….
Maar soms kun je ook te bescheiden zijn. Bij het ontvangen van een cadeau zeggen: “Dat had je niet hoeven doen” kan ook verkeerd vallen, het kan de schenker ook beledigen. “Is het niet genoeg de mensen te tergen, moet u nu ook mijn God tergen?” Vermoeien, staat in de oude vertaling. Jesaja wordt er moe van, en God ook.
Ons getwijfel, ons getob. God biedt zijn hulp aan en de mens slaat die hulp af.
Velen jammeren over de onoplosbaarheid van hun leven en van het wereldgebeuren. Maar weigeren iets te aanvaarden wat op een teken uit de hoge lijkt. We modderen liever maar wat voort lijkt het wel. Wat is dat toch….? Het tergt God. Het is zo jammer. Het hoeft niet zo.
Wat is het een zegen vanmorgen te horen dat de Heer Zelf dan maar het initiatief neemt.
Een teken geeft, ongevraagd en onverwacht.
“Zie, de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en Hem Immanuël noemen”.
De jonge vrouw. Waarschijnlijk één van de vrouwen van Achaz. De zoon, waarschijnlijk is dat zijn latere opvolger Hizkia geweest. Voordat deze jongen de leeftijd des onderscheids heeft bereikt, zullen de bedreigende koningen nérgens meer zijn.
Immanuël, God met ons. Dat teken moet koning Achaz geruststellen. Door dat teken moet hij leren vertrouwen. Zich overgeven aan wat er gebeuren zal.
Wat gebeuren zal is trouwens heel dubieus. Als je het vervolg leest, dan wacht het volk een heftige tijd. Maar God is erbij. Immanuël.
Immanuël. Dit teken heeft meer in zich dan alleen voor die historie, die gebeurtenis van toen. “Boter en honing” worden genoemd. Dat wijst naar “melk en honing”, het land van belofte, het land van ooit. Het teken van Immanuël is verstaan als een Messiaans teken, heen wijzend naar de belofte van een Verlosser. Een groter toekomstperspectief dan wij ons kunnen bedenken.
En in de tijd van Jozef is het vervuld. Jozef droomt. Dat hoort typisch bij de naam Jozef lijkt het wel. In de droom verschijnt hem de engel van de Heer. Met die wonderlijke boodschap, dat het kind dat zijn Maria draagt verwekt is door de Heilige Geest. Neem Maria gerust bij je. Dat is geen overspel. Zijn liefde voor de wet, voor God, en zijn liefde voor de naaste, voor Maria, hoeft geen dilemma te zijn. God komt hem tegemoet.
Opdat in vervulling zou gaan… Matteüs formuleert het bewust zo, zoals in heel zijn Evangelie. Matteüs wil ons inprenten dat de Schrift een geheel is, dat God één is, die van het oude en van het nieuwe verbond. Wat Hij beloofd heeft dat komt tot stand. Hij is te vertrouwen.
Je zult hem Jezus noemen. Maar hij is de vervulling van de Immanuël.
De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven.
Hop, nu gaat het ineens over een maagd. En vliegen bij diverse mensen de stoplichten op rood. Een maagd, wie zal haar vinden vandaag de dag. En dan ook nog een zwangere maagd. Dat kan toch niet. En nee, biologisch gezien kan het ook niet. Het is geen dagelijks werk van Gods geest om kinderen te verwekken bij jonge meisjes, om zo maar te zeggen. Maar het jammere is dat we dan als Achaz het teken afwijzen. Nou nee, ik wil God niet verzoeken. Het is me teveel van het goede. Dit had God nou niet hoeven doen.
En in Jesaja stond toch ook geen maagd? Nee, bij koning Achaz ging het gewoon om een jonge vrouw.
Maar ja, de griekse vertaling van het oude testament, de Septuagint, maakte van het hebreeuwse alma nu eenmaal parthenos, maagd, en het latijn maakte er virgo van. En dus was de link gauw gelegd, nu het in Maria’s geval écht om een maagd gaat.
Maar waar gaat het nu om. Om een biologische onmogelijkheid? Om een kerkelijk leerstuk waar we dan vervolgens allerlei theorieën en veronderstellingen omheen kunnen bouwen.
Of gaat het om: vertrouwen?
Het teken van Immanuël wil zeggen, dat je je niet hoeft te verstrikken in je dilemma’s. Maar dat God zijn volk niet in de steek laat. Dat God zelf zijn lieve mensen tegemoet komt waar ze er zelf niet uitkomen. Dat Hij beloofd heeft met ons te zijn, in goede en in kwade dagen, in rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, tot de dood ons scheiden zal en zelfs daarna nog. Waar wij zelf dus zo vaak falen en vallen, beloften breken en relaties menen te moeten beëindigen, God in zijn eindeloze liefde verder gaat.
Vertrouw daar nu maar op. Alleen als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand.
God is Immanuël, God met ons, heel concreet in dat kind dat geboren zal worden. Teken van hoop. Jezus zal hij heten, Jeschoea, Jahwé is redding. Deze redder uit de nood zal zijn volk bevrijden van hun zonden.
En dat is precies wat we nodig hebben. Het lijkt een doekje voor het bloeden, maar wat we nodig hebben is precies dát. Wat koning Achaz nodig heeft is bevrijding van zijn angst. Zijn angst om te handelen, om besluiten te nemen, om te leven. Hij is verlamd, omdat hij bang is fouten te maken, zonden te begaan. En ook Jozef tobt er mee in zijn droom. Kiest hij voor Maria dan doet hij God tekort, en kiest hij voor God dan doet hij Maria te kort. Dodelijk is het. De angst om te zondigen.
In Jezus bevrijdt God ons hiervan. Hij is het grote geschenk dat de hemel geeft. Als dauw op het dorre land. En wij kunnen het allemaal ontvangen als we het niet afslaan.
Het komt van de andere kant. Een teken uit de hoge. Het komt uit onverwachte hoek, wij hoeven daar niets aan toe te voegen. Dat wil dat maagdelijke zeggen. Jozef onthoudt zich dan ook keurig van gemeenschap met zijn Maria. Hij voegt er niets aan toe, hij aanvaardt het geschenk.
Jezus is een groot geschenk. Want Hij maakt het mogelijk om te leven.
Als we leven, komen we er niet zonder vuile handen. Maar dat geeft niet. Leef maar, maak je keuzes maar, neem je verantwoordelijkheid. Maar leef. Zonder angst om fouten te maken, om zonden te begaan. Zorgvuldig, dat wel, in liefde tot God en tot je naaste. Maar het kan dan ook. Dat Jezus ons van de zonden bevrijd, maakt dat we durven handelen. Met alle consequenties van dien. Jozef neemt dan ook Maria gerust tot zich als vrouw.
Van de zonden heeft Jezus ons bevrijd. En de Heilige Geest wekt ook in ons onvruchtbaar hart nieuw leven, elke dag opnieuw. De belofte van Immanuël wordt nog elke dag vervuld, God gaat altijd met ons mee.
En ook deze vervulling is niet alles. Melk en honing, weet u het nog. Het land van belofte, het land dat ooit zal komen. Zonder dilemma’s, met voordeel zonder nadeel. Verlangend strekken we ons er naar uit. Advent, Hij komt.
Daar valt niks aan toe te voegen.
Amen